Oefenstof
 
Waarom is Techniek zo belangrijk?

 

 

 

 

Cursussen Techniektraining
 

 

Oefenstof verzinnen, overnemen uit een boek of op internet vinden is 'niet zo moeilijk'. Het gaat erom hoe de oefening wordt uitgevoerd!

Voor mij bestaat een oefenvorm uit 4 onderdelen.
Natuurlijk, wat wil je oefenen of leren aan de spelers / kinderen. Dan de uitleg over de organisatie en het verloop van de oefenvorm. En tenslotte het belangrijkste: de aandachtspunten die de trainer bij de uitvoering door de spelers / kinderen benoemt.
Je praat dan over; wat ging er niet goed of kan beter en het allerbelangrijkste: hoe kan het beter!
Dus aanwijzingen geven over traptechniek als de bal niet aankomt, vertellen waarom de bal bij de aanname te ver van de voet wegspringt, enz. Naast de aanwijzingen is het heel belangrijk dat de trainer zelf van een en ander het juiste voorbeeld geeft!
Met name bij jonge kinderen is het 'perfecte' voorbeeld heel belangrijk en motiverend.

 

  • Basis techniek
    Afdraaien, aannemen en traptechniek binnenkant voet

Doelstelling
Verbeteren van:

  • Afdraai bewegingen
  • De bal in beweging aan- meenemen
  • Traptechniek met binnenkant voet
  • Tweebenigheid

Organisatie

  • 4-kant in ruit vorm van 10x10m
  • 3 spelers
  • 1 bal

Verloop (zie tek.)

  • Speler A passt met links naar speler B en loopt bal na
  • B neemt de bal met rechts aan (mee), dribbelt naar de volgende pion en maakt daar een afdraai beweging
  • Na de afdraai beweging passt B met links naar speler C en loopt de bal na
  • C neemt de bal met rechts aan en dribbelt naar de volgende pion
  • Alle vormen ook in tegengestelde richting (met de klok mee en tegen de klok in) en dus met ‘het andere’ been uitvoeren

Aandachtspunten / coachmomenten

  • Snelle dribbel waarbij de bal kort aan de voet blijft.
  • Juist uitvoeren van de afdraai bewegingen (zie onder)
  • Passen met het juiste been.
    B.v. als B afdraait (zie tek.) met buitenkant voet, dan passt hij met het buitenste been t.o.v. de pion (tegenstander) dus met links naar C
  • Strak over de grond passen en na de pas meteen doorlopen. Het pass-been maakt meteen de eerste stap.
  • De pass wordt ‘in de loop’ van de volgende speler gegeven. Die speler neemt de bal niet aan, maar meteen mee in de richting de volgende pion.

Ale de afstanden worden vergroot / verkleind kunnen accenten worden gelegd op wanneer en waarom na de balaanname (en in het algemeen) dribbelen of drijven.

Mogelijke afdraai bewegingen (zie de DVD en de uitgeschreven bewegingen voor de juiste uitvoering):

  • (8.01) Binnenkant voet afdraaien
  • (8.02) Buitenkant voet afdraaien
  • (8.03) Overstap van buiten naar binnen
  • (8.04) Onder voetzool terughalen en achterlangs spelen
  • (8.05) Onderkant voet terughalen en voorlangs meenemen
  • (8.06) Bal achter het standbeen kappen
  • (8.07) Voet op bal en wegdraaien
  • (8.08) Zidane beweging

 

 

2 tegen 2       Omschakeling balbezit naar balbezit tegenstander

Organisatie

  • 4 spelers en een “meevoetballende” kaatsende trainer of 5e speler (kaatser)
  • 2 partijen van 2 spelers, team A en team B (hesjes aan)
  • Speelveld is een doeltje van ca. 2 meter en een ruimte daarvoor van ca. 10 x 15 m
  • Trainer of 5e speler (kaatser) met meerdere ballen bij zich

Verloop oefening

  • Team A heeft de bal en probeert door individuele acties of combinaties te scoren
  • Als team B de bal verovert, mogen zij niet meteen scoren. Eerst moet de bal naar de kaatser worden gepasst of gecombineerd.
  • De kaatser brengt meteen team B weer in balbezit en team B probeert te scoren. Als team A de bal onderschept, kan opnieuw niet meteen worden gescoord, maar moet de bal eerst naar de kaatser
  • Als de bal naast wordt geschoten, brengt de kaatser snel een nieuwe bal in door de bal naar de andere partij te spelen
  • Als er wordt gescoord brengt de kaatser snel een nieuwe bal in, de scorende partij krijgt balbezit
  • Scoren mag alleen van maximaal 4 meter van het doel
  • Bal over de zijlijn, dan snel in dribbelen
  • Als er geen ballen meer bij de kaatser zijn, dan alle ballen eerst weer naar de kaatser brengen
  • Als een speler de kaatser is, dan na een paar minuten wisselen van kaatser

Opmerkingen / aandachtspunten / coachmomenten

  • Kern van de wedstrijdvorm is:
    • de snelle omschakeling van balbezit naar balbezit tegenstander en andersom
    • veel acties maken
  • B.v. als team A de bal verspeelt en tracht de kaatser te bereiken, mag (moet) team B dit proberen te voorkomen. Weer in balbezit kunnen zij de kaatser aanspelen en als balbezittende partij proberen te scoren
  • Als een team de kaatser aanspeelt, moeten alle spelers van dat team zich snel aanspeelbaar maken
  • Het spel moet snel verlopen, de kaatser brengt steeds direct een nieuwe bal in

Aandachtspunten Technisch

  • Snelle combinaties door strak bij elkaar in de voeten te spelen
  • Veel individuele acties maken
  • Bij 1 tegen 1 “de actie” maken en niet overspelen
  • Snel tot scoren proberen te komen met een strakke trap binnenkant voet

    Steeds na een aantal minuten het spel even stilleggen, het is behoorlijk intensief en om opnieuw de coach- en aandachtspunten aan te geven


1  tegen 1  scoren op 2 doeltjes

Doelstelling:

  • Oefenen en toepassen van passeer- en schijnbewegingen  in 1 tegen 1 duels
  • Aanleren en of verbeteren van de traptechniek met binnenkant voet
  • Aanleren en of verbeteren van de bal aanname
  • In hoog aanvallende tempo bewegingen maken om tegenstander uit te spelen
  • Met het juiste been de bal aannemen en dribbelen (de bal goed afschermen!)

Organisatie

  • zie tekening
  • afstand tussen de doeltjes is 10 – 14 m
  • afstand tussen spelers die inspelen en de bal aannemen is 12 – 15 m
  • 8 tot 10 spelers
  • 6 ballen
  • 2 kleine doeltjes (breedte 2 m)

Verloop oefening:

  • X1 passt naar de “tegenstander” (1), loopt de bal na (2)
  • Vervolgens wordt hij verdediger gaat het duel aan met de aangepasste speler
  • De aangepasste speler Y1 neemt de bal recht vooruit aan (3)
  • De aanvaller speelt de verdediger uit (4)
  • De aanvaller komt tot scoren in 1 van de 2 doeltjes (5)
  • De spelers wisselen van plaats als er is gescoord of de verdediger in balbezit komt
  • Als de verdediger de bal verovert of als er wordt gescoord, wisselen de spelers van positie
  • Vervolgens passt X2 op Y2

Aandachtspunten/coaching:

  • Een goede inspeelpass met binnenkant voet (strak en over de grond) en de bal direct nalopen (of sprinten)
  • Bij de aanname de bal dicht aan de voet houden (vaart uit de bal halen)
  • Aanvaller
  • Met overtuiging de verdediger uitspelen d.m.v. schijn- en passeerbewegingen    
  • Het bewegingstempo van de aanvaller moet "hoog" zijn
  • Bij en na de passeerbewegingen de bal goed afschermen (lichaam tussen bal en tegenstander)
  • In het linker doeltje scoren met het linker been, niet om de bal heen lopen (idem rechts)

  • Verdediger
  • In goede verdedigingshouding, door de knieën / op de voorvoeten
  • Snel reageren op de acties van de aanvaller
  • "Recht" voor de bal blijven (binnenste lijn bezetten)
  • Goed naar de bal kijken!
  • Met 2 benen verdedigen (niet over het standbeen heen verdedigen)
  • In balbezit proberen te komen. Voetballend oplossen, de bal niet wegschieten of een sliding maken (ook niet bij de wedstrijdvorm!)

Methodiek

  • spel van de aanvaller
    • De schijn- en passeerbewegingen worden door de trainer aangegeven (inslijpen van diverse bewegingen)
    • Vrij om te bepalen welke beweging wordt gemaakt

  • spel van de verdediger
    • Alleen druk zetten  (inkomen en vlak voor de aanvaller inhouden)
    • Volledige weerstand, maar geen lichaamscontact en geen slidings

De balaanname

  • in stand (goed vaart uit de bal halen)
  • in de bal komen (de bal kort aan de voeten houden en doorbewegen, niet bij de balaanname stilhouden)
  • met het juiste been aannemen als de bal direct schuin naar een doeltje wordt aangenomen

Variatie

  • In plaats van de bal recht vooruit aannemen, wordt de bal nu direct schuin naar een doeltje aannemen
    • De verdediger zal dus richting het “bedreigde” doeltje lopen (sprinten) om te voorkomen dat direct wordt gescoord
    • De eerste beweging van de aanvaller zal een afdraaibeweging (moeten) zijn.
    • Vervolgens zullen (bijna zonder uitzondering) 1 of meer ½ draaien worden gemaakt om uiteindelijk frontaal de verdediger uit te kunnen spelen met schijn- en passeerbewegingen en tot scoren proberen te komen

 

 

Techniektraining wordt vaak gestigmatiseerd als het doen van trucjes of als kappen en draaien!
Niets, maar dan ook niets is minder waar dan dat.
Onderstaand een afwerkvorm.
Bij een afwerkvorm wordt bijna altijd gedacht aan 'lekker' op doel schieten (zeker door spelers, maar ook al te vaak door trainers). Maar afwerken op het doel is eigenlijk niets anders dan het oefenen van traptechniek.

 

Passen, aannemen, dribbelen (en eventueel afwerken op doel)

Doelstelling:
Verbeteren passen, aannemen en dribbelen

De organisatie.
Zie tekening
De afstanden om te passen zijn ca. 10 meter

Verloop oefening.
A:

  • X1 passt met rechts op X2 en loopt zijn bal na
  • X2 neemt de bal “verdedigend” aan, maakt een ½ draai (kappen binnen- en buitenkant voet), dribbelt om de pion  en passt de bal met links naar X3
  • X2 neemt de plaats van X3 in
  • X3 neemt de bal met links aan en dribbelt tussen de pionnen

door om en om met rechts en links (de bal is steeds aan het buitenste been)

in plaats van de bal aannemen door X2 kan hij ook :

  • De bal kaatsen
  • Zijwaarts aannemen
  • Aannemen en doorspelen

B:

  • Vanaf de andere kant en dus de andere benen gebruiken

Aandachtspunten traptechniek binnenkant voet:

Steeds de techniek van het passen met de binnenkant van de voet benadrukken met de goede aanwijzingen

- door de knie van het standbeen buigen

- arm aan de kant van het standbeen breed voor evenwicht!

- voet goed dwars en horizontaal tenen naar boven trekken

- groot raakvlak van de binnenkant voet

- licht doorzwaaien met het trapbeen en meteen "doorlopen" met het trapbeen

verder:

-  eerst kijken voor de pass

  • strakke ballen in de voeten van de medespeler

Aandachtspunten bij het dribbelen:

  • Bij het dribbelen de bal kort aan de voet houden, elke pas de bal raken
  • Bij het dribbelen rondom de pion de bal steeds aan het buitenste been, dus om en om met rechts en links dribbelen
  • Proberen “over de bal te kijken”

De bal steeds met het juiste been passen, aannemen en dribbelen!

 

 

In onderstaande vorm worden zowel de traptechniek met binnenkant voet als met de wreef geoefend. Mits de juiste aanwijzingen worden gegeven!
Trouwens ook tweebenigheid wordt getraind!

Traptechniek, 1-2 combinatie en afronden op doel

Doelstelling

  • Verbeteren traptechniek zowel met binnenkant voet als met de wreef
  • 1-2 combinatie
Organisatie
  • In stroomvorm een korte 1-2 combinatie, de gekaatste bal diep spelen en afronden
  • Afstanden aanpassen aan de spelersgroep
Verloop oefening
  • A passt op B
  • B kaatst de bal terug op de inkomende A
  • A passt de bal diep op D
  • B maakt na de kaats een loopactie naar D
  • D kaatst de bal op de inkomende B, gaat de door B geschoten bal ophalen en loopt naar het startpunt
  • B rondt af op doel en neemt de plaats van D in
  • E passt op C
  • C kaatst de bal terug op de inkomende E
  • E passt de bal diep op B

Vanaf de start wordt (dus) om en om naar rechts of links ingespeeld

Opmerkingen / aandachtspunten / coachmomenten
  • Als de naar rechts wordt gespeeld, dan met links inpassen. De kaats is dan met rechts. De diepe bal wordt met links gegeven.
  • Als E naar C speelt, trapt hij met rechts en geeft ook de diepe bal met rechts. C kaatst met links.
  • De diepe kaatser speelt ook steeds met het buitenste been.
  • De kaatser zet met zijn kaatsbeen meteen de eerste stap “diep”
  • Bij het kaatsen zonder en met een vóóractie, ook de kaats voor het doel
  • Steeds met het juiste been schieten en de techniek steeds benadrukken
  • Steeds met de juiste benen inspelen en kaatsen

  • De eerste 1-2 combinatie is tussen 2 spelers, bij de 2e (na de diepe bal) wordt dus een 3e speler betrokken

VEEL AANDACHT VOOR DE JUISTE TRAPTECHNIEK MET BINNENKANT VOET BIJ HET INPASSEN EN DE DIEPE BAL EN MET DE WREEF (AFRONDEN OP DOEL)

 

Aandachtspunten traptechniek binnenkant voet:
Passen met de binnenkant voet is de meest zuivere vorm van het trappen van de bal. Tot 10 tot 15 meter (afhankelijk van de leeftijd) altijd passen met binnenkant voet. Voor grotere afstanden met de wreef.

Steeds de techniek van het passen met de binnenkant van de voet benadrukken met de juiste aanwijzingen:

  • Eerst kijken waar de bal heen moet en vervolgens naar de bal om deze op de juiste plaats te kunnen raken
  • Door de knie van het standbeen buigen
  • Lichaam in balans, bovenlichaam boven de bal, geen gestrekte benen en achteroverleunen (de bal wordt dan vaak met de knokkel van de enkel geraakt en de pass is onzuiver)
  • Arm aan de kant van het standbeen breed voor evenwicht!
  • Voet goed dwars en horizontaal tenen naar boven trekken (groot raakvlak)
  • Als de voet niet goed dwars wordt gehouden, krijgt de bal een zijwaartse afwijking (met rechts geschoten een afwijking naar links)
  • Licht doorzwaaien met het trapbeen en meteen "doorlopen" met het trapbeen
  • verder:
    Eerst kijken voor de pass
    Strakke ballen, maar niet te hard want de medespeler moet de bal wel kunnen verwerken
Aandachtspunten traptechniek wreeftrap
Deze traptechniek wordt gebruikt voor het hard en zuiver plaatsen over grotere afstanden en bij het afwerken op het doel.
  • Eerst kijken waar de bal heen geplaatst moet worden en vervolgens naar de bal om deze op juist te kunnen raken.
  • De aanloop is “schuin” op de bal toe.
  • Het standbeen is (verend) gebogen in de knie. De punt van de voet van het standbeen wijst in de speelrichting. Het standbeen staat naast/achter de bal. Na de trap wordt het standbeen in de knie iets gestrekt
  • De punt van de voet is gestrekt naar beneden en iets naar buiten gedraaid. Tijdens de trapbeweging blijft de voet gestrekt.
  • Afhankelijk van een geplaatste bal of een schot op doel of zover mogelijk trappen de bal kort en strak raken of het trapbeen ver doorzwaaien (dan komt ook het standbeen van de grond).

 

Een kort interview met de mensen van "De Jeugd heeft de Toekomst" (een nieuw initiatief voor de beginnende jeugdtrainer).

Vraag:
Welke groep pupillen vind u persoonlijk het leukste om trainen te geven?

Antwoord:
Ik heb training gegeven aan alle leeftijdsgroepen. De leukste? Elke leeftijdsgroep heeft zijn eigen leuke aspecten. Het belangrijkste voor elke jeugdtrainer is het lerend vermogen van zijn leeftijdsgroep zo goed mogelijk te benutten. Het is bijvoorbeeld de kunst om bij de F- en E leeftijdsgroepen van bepaalde dingen „af te blijven”. Geen tactisch gedoe, maar je concentreren op zaken zoals balgevoel en technische vaardigheden. Vanaf D kun je ook algemeen tactisch trainen (positiespelen). Trouwens, als kinderen overgaan naar de C leeftijdsgroep zouden ze „alle" technieken moeten kunnen. Bij de C leeftijdsgroep krijg je te maken met de groeispurt en de pubertijd. Het lerend vermogen is vanaf de C leeftijdsgroep het grootste bij tactisch en opvoeren handelingssnelheid. Tot en met 12 jaar is techniek het doel en vanaf 13 jaar een middel!

Vraag:
Bij welke categorie ziet/zag u de snelste vooruitgang?

Antwoord:
Dat hangt dus sterk af op welk gebied. Technisch bij de E- en D leeftijdsgroepen en tactisch bij de oudere leeftijdsgroepen.

Vraag:
Hoe zou u een goede trainer omschrijven voor E-pupillen?

Antwoord:
Een uitstekende eigen vaardigheid, geduld, goed met kinderen van rond 9 jaar om kunnen gaan, winnen niet het belangrijkste vinden en goed gemotiveerd zijn.

Vraag:
Wat vind u het meest kenmerkend aan de E-pupillen zelf?

Antwoord:
Leergierig, willen het voorbeeld van de trainer goed nadoen.

Vraag:
Wat voor advies heeft u voor beginnende trainers in de categorie E-pupillen?

Antwoord:
Verdiep je goed in de leeftijdskenmerken, zorg voor een uitstekend voorbeeld bij het voordoen van technieken zoals traptechniek met binnenkant voet en met de wreef, aan- en meenemen en de basistechnieken als balgevoel, schijn- en passeerbewegingen enz. Techniek is het doel.

Zoals een uitspraak van Wim Jansen en Johan Cruyff 
"WINNEN?
LEER EERST EENS VOETBALLEN!”

Link naar de website van "De Jeugd heeft de Toekomst":
De Jeugd heeft de toekomst

Jeugd trainen is een “vak”

Een jeugdtrainer moet heel wat kunnen om kinderen goed te leren voetballen. Als je alles op een rijtje zet, zou je kunnen zeggen dat het een “vak” is. Natuurlijk  het gaat erom kinderen te leren voetballen, maar training geven en leider zijn betekent ook dat je in de omgang met kinderen een aantal zaken moet weten en kunnen.

Ik heb verschillende keren groepjes jeugdtrainers gevraagd te brainstormen over hetgeen een goede jeugdtrainer nodig heeft.

Onderstaande lijst geeft in willekeurige volgorde aan wat de trainers aangaven.

Wat heb je nodig om een goede jeugdtrainer te zijn?

  • Enthousiasme
  • Sociale vaardigheid
  • Kunnen omgaan met kinderen
  • Eigenvaardigheid
  • Voorbeeld kunnen geven
  • Kunnen organiseren
  • Consequent zijn
  • Conflictbeheersing
  • Opgewekt humeur
  • Geduld
  • Inleving
  • Goede voorbereiding
  • Plichtsbesef
  • Improviseren
  • Positief kritisch
  • Overwicht / Respect
  • Kennis over ontwikkelingsstadia van kinderen

 

Organiseren

Is dat nou echt nodig, dat je als jeugdtrainer kunt organiseren?
Ja, al hoef je natuurlijk geen echt groot organisatietalent te zijn. Kinderen/spelers leren het beste in een omgeving waarin duidelijk is wat de bedoeling is.
Simpele voorbeelden daarvan zijn: op tijd beginnen, materiaal aanwezig, hesjes aan bij partijtjes of positiespelen, trainer bepaalt indeling groepjes, gezamelijke afsluiting training.

 

Geduld is een basis eigenschap voor een jeugdtrainer.

Dit geldt zowel voor het aanleren van technisch- en tactische vaardigheden als ook voor het gedrag van kinderen/spelers.

Het aanleren van vaardigheden vraagt van de trainer tijd en energie. Een goede traptechniek, zeker een goede wreeftrap, is niet zo snel aangeleerd. Net als andere technieken moet daar steeds weer op worden teruggekomen. Met geduld stap voor stap uitleggen en voordoen (!) en vaak herhalen is de enige manier om spelers heel veel te leren.

Het gedrag van kinderen/spelers is regelmatig niet zoals de trainer graag ziet. Niet elke speler is altijd zo gemotiveerd als de trainer verwacht. Belangrijk is om niet snel boos en geïrriteerd te raken, maar op een positieve manier verandering in het gedrag te brengen. Trouwens de instelling en motivatie van de trainer is als voorbeeld de beste manier om spelers met inzet en beleving te laten trainen.

Tenslotte, van belang dat de trainer zich steeds goed realiseert met welke leeftijdsgroep hij te maken heeft. Ken de leeftijdsspecifieke (motorisch en psychisch) kenmerken van de trainingsgroep!

 

Eigen vaardigheid en het juiste voorbeeld kunnen geven . . .
Voor de ontwikkeling van kinderen zijn jeugdtrainers ontzettend belangrijk. Jeugdtrainers zijn bepalend of een kind voetballen leuk vindt en of hij beter wordt.

Voetballend moeten de kinderen steeds het gevoel hebben dat zij beter worden, “dingen” leren.  Het aanleren, verbeteren en onderhouden van techniek moet centraal staan bij elke jeugdtraining. Alle jeugdtrainers moeten met hun leeftijdsgroep en op het niveau van de kinderen / spelers techniektraining kunnen geven.

Met gedrevenheid kan elke jeugdtrainer zichzelf in korte tijd enorm verbeteren naar het niveau dat nodig is om zijn spelers technieken aan te leren.
Het mag eigenlijk niet zo zijn dat een trainer een goede pass met de binnenkant van de voet of een schijnbeweging niet kan voordoen, want een beeld (het “perfecte” voorbeeld) zegt meer dan 1000 woorden.

Dat betekent niet de je alle technieken met beide benen in het hoogste tempo moet beheersen. Nee, maar je moet wel in een rustig tempo het juiste bewegingsverloop van traptechniek en van basisbewegingen kunnen voordoen. Als je dat beheerst, kun je ook zien of en hoe de kinderen / spelers het (nog) beter kunnen doen.

 

Een citaat van Ton Boot

“Zelf heb ik steeds meer problemen met het samenstellen van mijn team, het is moeilijk spelers te vinden die voldoen aan de maatstaven die ik stel. Dan heb ik het niet zozeer over technische kwaliteiten, maar over de intrinsieke motivatie.

En dan nog, aan intrinsieke motivatie heb je weinig als je niet over voldoende technische bagage beschikt. Daar ligt de grootste uitdaging voor de opleidingen, je moet terug naar de kern. Daar is nog tijd om te oefenen, te slijpen. Op het moment dat een speler aan de top zit, is daar geen tijd meer voor. Opleidingen moeten dus worden verbeterd.

Er is een plan genaamd Coaches aan de top. Beter zou zijn Coaches aan de basis en dan staat coaches voor trainers, leraren”.

Opmerkingen (cvd):
Ik ben het volledig eens met Ton Boot, met name als hij zegt dat er aan de basis (het jeugdvoetbal) goede trainers moeten zijn. Geen coaches, maar leraren! En leraren beheersen zelf hetgeen zijn leerlingen moeten leren, toch?
Als Ton Boot het heeft over het feit of een speler aan zijn top zit, dan vertaal ik dat naar:
Iedere speler zou zo moeten worden getraind en begeleid bij wedstrijden dat hij zijn eigen top haalt. Of dat nu het eerste of derde elftal van zijn club is of een carrière als profvoetballer. Het resultaat zal in elk geval zijn dat hij vele jaren met plezier voetbalt, onafhankelijk op welk niveau zijn uiteindelijke top ligt.

 

 

Kunnen omgaan met kinderen . . .    
Sociale vaardigheid . . . . .

Het is een wereld van verschil om kinderen van 6 jaar of jongens van 14–15 jaar te trainen en te begeleiden. Beide groepen vragen een totaal andere benadering, want de belevingswereld en het leervermogen van kinderen van deze leeftijden is heel anders. Het is belangrijk je te verdiepen in de lichamelijke en psychische leeftijdskenmerken van je kinderen / spelers en daarnaar te handelen.

Voor alle jeugdspelers is het trouwens heel belangrijk ze positief te coachen en begeleiden. Positief zijn vergroot het zelfvertrouwen en het leervermogen van je spelers én het plezier om te voetballen. En om dat laatste is het toch allemaal te doen!

Als jeugdtrainer heb je met meer te maken dan alleen je kinderen / spelers.
Je bent bijvoorbeeld onderdeel van een geheel, namelijk je vormt een groep met de andere jeugdtrainers van de club. Een goed contact met hen hebben, betekent dat je regelmatig met elkaar overlegt. Over allerlei technische zaken zoals  trainingsprogramma’s en de ontwikkeling van kinderen / spelers van jouw en de andere teams.

Verder is er de leider van je team. Het is ontzettend belangrijk dat je op één lijn zit en blijft wat betreft de omgang met de kinderen / spelers en natuurlijk ook voetbalinhoudelijk.

Het is bekend dat ouders (soms) een grote rol spelen bij jeugdvoetbal. Een positieve of een minder positieve. Zeker in het laatste geval zal je in gesprekken met die ouders daar iets aan moeten doen. Het moet hen duidelijk gemaakt worden dat het niet in het belang van de trainer is dat ouders zich anders moeten gedragen, maar in het belang van hun kind. Als ouders zich bv. niet kunnen vinden in de manier van spelen van het team of willen steeds maar weer dat hun kind op een andere positie speelt, dan zal het kind in een spanningsveld komen. Naar de trainer luisteren en thuis problemen hebben, of naar de ouders luisteren met een niet tevreden trainer als resultaat.

In zulke situaties zal de jeugdtrainer in een gesprek de ouders hun (voortaan positieve) rol moeten duidelijk maken.

 

Enthousiasme . . .

Is een basis eigenschap van een jeugdtrainer (van alle leeftijden). Je moet uitstralen dat voetbal, trainen, beter worden, leuk is. Dat betekent bv. dat een jeugdtrainer niet met zijn armen over elkaar of met de handen in de zakken staat. Nee, hij is actief bezig de kinderen/spelers te begeleiden. Hij noemt de kinderen steeds bij hun voornaam en helpt of complimenteert ze voortdurend. Ja, de trainer zegt niet alleen iets als het beter kan, maar het stimuleert kinderen juist ook als ze een compliment krijgen als ze “het” goed doen. Altijd uitgaan van wat hij al kan, en daar iets aan proberen toe te voegen.

Een opmerking die ik regelmatig hoor is, “mijn spelers (of een deel van de groep) zijn niet gemotiveerd, hebben geen goede instelling”. Mijn eerste gedachte is dan altijd, hoe zou die trainer zelf voor de groep staan? Met de armen over elkaar of met de handen op de rug en weinig zeggen, denken dat het vanzelf komt aanwaaien ?

Als een trainer zelf enthousiast is, dan is de kans heel groot dat de vonk overslaat en de kinderen wel gemotiveerd zijn of worden. Van training geven wordt een trainer ook moe. Ja, maar heel tijdelijk want je krijgt er ook energie van.

Een jeugdtrainer moet een uur of 5 kwartier intensief met zijn groep kinderen bezig zijn, telefoon is uit en niet kletsen met andere trainers.

Een enthousiaste positief ingestelde trainer is verschrikkelijk belangrijk voor de kinderen. Hij (of zij) zorgt er met zijn voorbeeld voor dat ook van binnenuit (intrinsiek) niet zo gemotiveerde kinderen/spelers vol overgave trainen en wedstrijden spelen!

Omdat het spelertje voelt dat deze trainer hém beter wil maken.



 

 

CEDA Academy|

THIS IS WHERE IT STARTS, SEE HOW IT ENDS

 

Waarom cursussen techniektraining?

“Geen enkele jeugdtrainer zal zijn kinderen/spelers technisch en tactisch iets kunnen en willen leren als hij dat niet zelf beheerst”.


Voor de ontwikkeling van kinderen zijn jeugdtrainers ontzettend belangrijk. Maar niet alleen in de zin van winnen en kampioen worden! Want is een jeugdtrainer die met zijn team kampioen wordt, ook tegelijk een goede jeugdtrainer? Hoeft natuurlijk lang niet altijd zo te zijn.

De eerste taak van een jeugdtrainer is dat kinderen/spelers zich technisch en tactisch ontwikkelen.  Om kinderen/spelers technisch (basistechnieken, traptechniek, aan- en meenemen, enz.) beter te maken, zijn jeugdtrainers nodig die zelf het juiste voorbeeld kunnen geven. Een goed voorbeeld werkt beter dan 1000 woorden.

WINNEN? LEER EERST EENS VOETBALLEN!

Jansen en Cruijff  over  “de ontwikkeling van het voetbal”

  • Je moet er eens op letten hoe slecht de technische basiskwaliteiten zijn: balaanname, inspelen, kaatsen, tweebenigheid. Dingen die ze in de jeugd hadden moeten leren.
  • Ook tactisch, als ik sommigen ziet verdedigen, geloof ik mijn ogen niet!
  • Ik vind dat ze tot hun twaalfde geen trainer/coaches moeten hebben, maar leraren
  • Het in de juiste richting aannemen van de bal, hoe (open, gesloten) je een bal aanneemt. Dat soort basiselementen.
  • De bal rondspelen om hem diep te kunnen spelen.  Spelers moeten worden getraind in het zien van de mogelijkheden.
  • Tweebenigheid is ook zoiets. In de jeugd moet eventueel worden gezegd, doe eens drie maanden alles met je zwakke been.
  • Zeker op het technische vlak ligt een enorme verantwoordelijkheid bij de jeugdopleiders.

 

 

 


TECHNIEKTRAINING

COCK VAN DIJK

 Ik heb een boekje geschreven waarin de vraag

 "WAAROM TECHNIEKTRAINING" uitvoerig wordt

 beantwoord. Verder worden de volgende

 onderwerpen worden behandeld:

  Hoofdstuk 1:    Wat is techniektraining?

  Hoofdstuk 2:    Techniektraining en de visie op opleiden

  Hoofdstuk 3:    De praktijk bij de amateurclub

  Hoofdstuk 4:    Voetbalscholen, de KNVB en BVO’s

  Hoofdstuk 5:    Techniektrainingen in de praktijk

  Hoofdstuk 6:    Training (techniek) in de praktijk

  Oefenvormen    Talrijke voorbeelden van het

                       aanleren en toepassen van

                       technieken

 

 

    Het boekje is te bestellen door 12.50 euro

    (9.95 + 2.55 euro portokosten) over te maken 

    op bankrekening: NL49INGB0002794387

    BIC: INGBNL2A

    tnv C. van Dijk te Rotterdam.

    Stuur ook een e-mail naar cmcs.dijk@upcmail.nl

    met je adres.

 

VERVOLGCURSUS

Op vrijdagavond 14 september start een vervolgcursus Techniektraining bij FC Driebergen.
Informatie en of inschrijven?
Stuur een email naar Cock van Dijk (cmcs.dijk@upcmail.nl)


 

Bij amateurclubs liever geen geïsoleerde techniektrainers. Elke jeugdtrainer moet met zijn leeftijdsgroep en op het niveau van de kinderen/spelers techniektraining kunnen geven. De cursus, waarbij o.a. vier keer 2 uur zelf oefenen op het veld, geeft daar een goede basis voor.


Cursussen
Er zijn verschillende mogelijkheden.

  • Basis cursus
    • Individuele inschrijvingen (125 euro pp)
    • Als clubcursus

  • Vervolgcursus (alleen voor trainers die de basis cursus hebben gevolgd)
    • Individuele inschrijvingen
    • Als clubcursus

  • Cursus voor trainers / leiders voor het begeleiden en coachen van F- en E pupillen (7 tegen 7)

  • Clinics voor trainers / kinderen / spelers

Zie voor inhoudelijke informatie in de linker kolom (onder cursussen)

Individuele Techniektraining
Interesse in individuele techniektraining (of in kleine groepjes) voor kinderen / spelers (alle leeftijden en niveau's)?
Neem contact op met Cock van Dijk

Interesse in een cursus?
Voor informatie, kosten en inschrijving:
Neem contact op met Cock van Dijk
e-mail: cmcs.dijk@upcmail.nl
tel: 0614391601

Polen.

Ik ben in Gdansk (Polen) geweest voor een bezoek, cursus en besprekingen over de jeugdopleiding van Lechia Gdansk.




 

Klik hier voor het artikel (pdf)